Hoe Kunnen Jongeren de Regie over Hun Welbevinden in Eigen Handen Nemen?
De Stand van Zaken rond Psychologische Behoeftevormgeving
DOI:
https://doi.org/10.54447/JiO.23482Trefwoorden:
Behoeftevormgeving, Welbevinden jongeren, Training, ZelfdeterminatietheorieSamenvatting
Volgens de zelfdeterminatietheorie zijn ervaringen van autonomie (jezelf kunnen zijn), verbondenheid (een warme, hechte band ervaren) en competentie (je bekwaam voelen) noodzakelijk voor de positieve ontwikkeling en het welbevinden van jongeren. Er zijn twee manieren om deze drie psychologische basisbehoeften te vervullen. Een eerste manier is via de sociale omgeving: ouders, leerkrachten en vrienden kunnen in verschillende mate ondersteuning bieden bij de psychologische basisbehoeften van jongeren. Een tweede manier is via de jongeren zelf, die proactief kunnen proberen om hun basisbehoeften vorm te geven via het opzoeken van activiteiten of situaties die behoeftevervullend zijn. Voor deze vaardigheid werd recent de term behoeftevormgeving (‘need crafting’) geïntroduceerd. In deze bijdrage bespreken we recent crosssectioneel, longitudinaal en dagboekonderzoek waarin de samenhang tussen behoeftevormgeving en het welbevinden van jongeren werd onderzocht. Verder toont een beperkt aantal interventiestudies aan dat behoeftevormgeving trainbaar is. Zo’n training draagt bij aan verbeterde behoeftebevrediging, die op zijn beurt positief samenhangt met het welbevinden van jongeren tijdens stressvolle omstandigheden. We bespreken een aantal nieuwe onderzoeksvragen die dit werk oproept evenals de praktische implicaties ervan.
Abstract
According to Self-Determination Theory, experiences of autonomy (being able to be yourself), relatedness (feeling a warm, close connection with others), and competence (feeling effective and capable) are essential for the positive development and well-being of adolescents. There are two main ways by which these three basic psychological needs can be fulfilled. First, the social environment (such as parents, teachers, and peers) can provide varying degrees of support for adolescents’ psychological needs. The second way lies within the adolescents themselves, who can proactively shape their own need satisfaction by seeking out activities or situations that help fulfill these needs. This ability has recently been referred to as need crafting. In this contribution, we discuss recent cross-sectional, longitudinal, and daily diary research that has examined the association between need crafting and adolescents’ well-being. Furthermore, a small number of intervention studies show that need crafting can be trained. Such training contributes to improved need satisfaction, which in turn is positively associated with adolescents’ well-being, especially during stressful circumstances. We conclude by discussing several new research questions raised by this work, as well as its practical implications.
Bijsluiter voor de praktijk
- Ervaringen van autonomie, verbondenheid en competentie zijn essentieel voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Ze vormen psychologische basisbehoeften of ABC-behoeften.
- Naast ondersteuning vanuit de omgeving (bijvoorbeeld van ouders, leerkrachten en coaches) genieten jongeren steeds meer vrijheid en mogelijkheden om zélf op zoek te gaan naar ABC-ervaringen. Het bewustzijn van contexten, activiteiten en relaties die hun ABC-behoeften kunnen vervullen en de proactieve acties die erop gericht zijn de ABC-behoeften te vervullen, noemen we behoeftevormgeving of ‘need crafting’.
- In dit stand van zaken artikel bieden we een overzicht van de onderzoeken die behoeftevormgeving bij jongeren onderzochten.
- Uit vragenlijstonderzoek blijkt dat jongeren die meer aan behoeftevormgeving doen, meer behoeftebevrediging, minder frustratie en meer welbevinden ervaren.
- Dit geldt zowel voor het vormgeven van online als offline ABC-ervaringen, al wegen de ABC-ervaringen in de echte wereld zwaarder (zowel de vervulling ervan als de frustratie). Enkel aan online behoeftevormgeving doen, hangt samen met minder ABC-bevrediging en minder welbevinden in vergelijking met jongeren die enkel inzetten op behoeftevormgeving in de offline wereld en met jongeren die in beide levensdomeinen inzetten op behoeftevormgeving.
- Dagboekstudies laten zien dat behoeftevormgeving van dag tot dag fluctueert. Op dagen waarop jongeren zich meer door ouders ondersteund voelen in hun autonomie, of wanneer ze beter geslapen hebben (en daardoor energieker zijn), doen ze meer aan behoeftevormgeving en voelen ze zich aan het einde van de dag energieker en meer vervuld in hun ABC-behoeften.
- Interventies zoals LifeCraft, waarin deelnemers via korte modules worden getraind in meer ABC-bewustwording en -actie, blijken effectief en dit vooral als deelnemers er actief aan deelnemen: jongeren en jongvolwassenen vertonen na deelname meer behoeftevormgeving, meer behoeftebevrediging en meer welbevinden, zelfs tijdens stressvolle periodes. Uitval is echter hoog bij deze online interventies.
- Gesprekken die gericht zijn op ABC-bewustzijn (bijvoorbeeld ‘Wat lukt er al goed?’, ‘Waar wil je meer van weten?’, ‘Bij wie voel je je goed?’), of op actie (‘Plan je vandaag iets waar je écht zin in hebt?’, ‘Wat kun je vandaag doen om vooruit te gaan in je doel om x te bereiken?’, ‘Met wie spreek je graag af dit weekend?’) kunnen jongeren helpen om hun behoeftes beter te herkennen en ernaar te handelen.
- Samengevat laat onderzoek naar behoeftevormgeving bij jongeren dus zien dat jongeren hun welbevinden meer in eigen handen kunnen nemen door bewust en proactief in te zetten op hun psychologische basisbehoeften. Bovendien blijkt deze vaardigheid trainbaar en beïnvloedbaar door de context, wat het interessant maakt voor iedereen die wil bijdragen aan de ontwikkeling en het welbevinden van de jeugd.
Downloads
Downloads
Overige bestanden
Gepubliceerd
Nummer
Sectie
Licentie
Copyright (c) 2026 Daphne van den Bogaard, Maarten Vansteenkiste, Marlies Van de Casteele, Bart Soenens

Dit werk wordt verdeeld onder een Naamsvermelding 4.0 Internationaal licentie.
Citeerhulp
Funding data
-
Bijzonder Onderzoeksfonds UGent
Grant numbers BOF.24Y.2019.0005.01, 3G047220 -
Fonds Wetenschappelijk Onderzoek
Grant numbers 3G047220