Onderzoek naar de Betrouwbaarheid en Validiteit van de Self-Report Symptom Inventory bij Jongeren

Auteurs

DOI:

https://doi.org/10.54447/JiO.18363

Trefwoorden:

symptoomvaliditeit, symptoom overrapportage, Self-Report Symptom Inventory, adolescentie, psychodiagnostiek

Samenvatting

Ondanks dat jongeren hun klachten kunnen overdrijven, zijn er voor deze doelgroep geen opzichzelfstaande instrumenten beschikbaar om deze vorm van symptoomvaliditeit te meten. Wij onderzochten bij 88 Nederlandstalige jongeren, in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar, uit de algemene populatie of de Self-Report Symptom Inventory (SRSI) voldoende onderscheidend vermogen heeft om respondenten die hun klachten eerlijk invullen te onderscheiden van respondenten die geïnstrueerd zijn depressie of pijn te veinzen. Daarnaast beoordeelden we de interne consistentie en test-hertestbetrouwbaarheid van de SRSI. Bijkomend onderzochten we de impact van het slordig invullen op de SRSI. Aan het onderzoek namen 88 jongeren deel met een gemiddelde leeftijd van 13,93 jaar (SD = 1,47), waarvan de helft vrouw was. De SRSI werd tweemaal ingevuld: de eerste keer eerlijk (N = 88) en de tweede keer volgens een van de vier rollen: eerlijk invullen (n = 24), depressie veinzen (n = 23), pijn veinzen (n = 22) of slordig invullen (n = 19). Resultaten tonen aan dat de SRSI effectief onderscheid maakt tussen eerlijke invullers en geïnstrueerde veinzers. De specificiteit van de SRSI bij het standaard afkappunt bedroeg ,90 en de sensitiviteit ,91. Voor de plausibele en pseudosymptoomschaal zijn de interne consistentie (Cronbach’s alpha = ,91 en ,81, respectievelijk) en de test-hertestbetrouwbaarheid voldoende (n = 24; r = ,93 en ,88, respectievelijk). Bij slordige invullers scoort ongeveer de helft van de deelnemers boven het afkappunt van de SRSI. Exploratief onderzoek suggereert dat het positief beantwoorden van meer dan één consistentie-item na het falen op de SRSI, eerder wijst op slordig invullen dan op klachtoverdrijving. Concluderend zijn deze eerste bevindingen bemoedigend voor de toepasbaarheid van de SRSI bij jongeren. Verder onderzoek is echter nodig alvorens de SRSI ingezet kan worden om klachtenoverdrijving bij jongeren in de klinische praktijk op te sporen.

 

Abstract

Although adolescents may exaggerate their complaints, no standalone instrument exists to assess the validity of their self-reported symptoms. We examined 88 adolescents, aged 12 to 17 years, from the Dutch-speaking general population to assess whether the Self-Report Symptom Inventory (SRSI) demonstrates sufficient discriminative power to distinguish between honest responders and instructed feigners of depression and pain and also shows satisfactory internal consistency and test-retest reliability. Additionally, we explored the impact of careless responding on the SRSI. The sample consisted of 88 adolescents participated in the study, with a mean age of 13.93 years (SD = 1.47), half of whom were female. The SRSI was administered twice, the first time responding honestly (N = 88) and the second time according to one of four roles: responding honestly (n = 24), feigning depression (n = 23), feigning pain (n = 22), or responding carelessly (n = 19). Results indicate that the SRSI effectively discriminates between honest responding and instructed feigning. The specificity of the SRSI at the standard cutoff point was .90, and the sensitivity was .91. For the plausible and pseudosymptom scales, internal consistency (Cronbach’s alpha = .91 and .81, respectively) and test-retest reliability were sufficient (n = 24; r = .93 and .88, respectively). Among careless responders, approximately half of the participants scored above the SRSI cutoff point. Exploratory research suggests that positively endorsing more than one consistency item after failing the SRSI is indicative of careless responding rather than symptom exaggeration. In conclusion, these initial findings are promising for the applicability of the SRSI in adolescents. However, further research is needed before the SRSI can be employed to detect symptom exaggeration in adolescents in clinical practice.

 

Bijsluiter voor de praktijk

  1. Klachtoverdrijving kan de validiteit van de uitkomsten op zelfrapportagevragenlijsten beïnvloeden.
  2. Wij onderzochten of de SRSI een betrouwbaar instrument is om klachtoverdrijving op te sporen bij jongeren van 12 tot en met 17 jaar uit de algemene Nederlandse populatie.
  3. Resultaten tonen aan dat de SRSI succesvol onderscheid maakt tussen eerlijke invullers en degenen die symptomen van depressie of pijn veinzen.
  4. Bij de groep die de SRSI slordig invulde, scoorde de helft boven het afkappunt. Exploratief onderzoek suggereert dat de consistentieschaal van de SRSI behulpzaam kan zijn bij het onderscheiden van invaliditeit veroorzaakt door klachtoverdrijving of slordig invullen.
  5. Verder onderzoek bij jongeren met mentale en/of lichamelijke klachten is nodig voordat de SRSI gebruikt kan worden in de klinische praktijk.

Downloads

Download data is not yet available.

Biografieën auteurs

  • Drs. L. Blanken, Zuyderland Medisch Centrum Sittard-Geleen, GGz Kind & Adolescent

    Drs. L. Blanken (1975) is Gezondheidszorgpsycholoog in opleiding tot Specialist (Klinisch Psycholoog) en als junior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Klinische en Medische Psychologie van Zuyderland Medisch Centrum. 

    Momenteel is ze o.a. werkzaam binnen Zuyderland GGz, team Kind & Adolescent. Klinische werkzaamheden zijn haar hoofdtaak, waarbij ze specifieke interesse heeft in de diagnostiek en behandeling van het hele jonge kind, hechting, trauma en gezinstherapie.

     

     

     

  • Dr. Y. Bol, Vakgroep Klinische en Medische Psychologie, Zuyderland Medisch Centrum, Sittard-Geleen

    Dr. Yvonne Bol (1975) is als  Gezondheidszorgpsycholoog in opleiding tot Specialist (Klinisch Psycholoog) en senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Klinische en Medische Psychologie van Zuyderland Medisch Centrum. Momenteel is ze o.a. werkzaam binnen Zuyderland GGz, team Kind & Adolescent. Ze heeft specifieke interesse in de behandeling van Aanhoudende Lichamelijke Klachten en Functionele Neurologische Stoornissen bij jongeren en (jong)volwassenen. Naast haar klinische werkzaamheden is zij als (hoofd)onderzoeker en supervisor betrokken bij diverse onderzoeksprojecten binnen Zuyderland, zowel in samenwerking met de Universiteit Maastricht als de Open Universiteit te Heerlen. 

  • Dr. A. Merry, Zuyderland Medisch Centrum Sittard-Geleen, Zuyderland Academie

    Dr. Audrey Merry (1982) is als beleidsadviseur werkzaam bij Bureau Wetenschappelijk Onderzoek van het Zuyderland Medisch Centrum. Samen met haar collega’s faciliteert en ondersteunt zij de zorgprofessionals in Zuyderland m.b.t. alle facetten die met wetenschappelijk onderzoek te maken hebben. Vanuit haar epidemiologische expertise (geregistreerd epidemioloog B) heeft zij specifieke aandacht voor de methodologische en statistische ondersteuning van het wetenschappelijk onderzoek in Zuyderland.

     

  • Prof. dr. B. Dandachi-FitzGerald , Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, Universiteit Maastricht en Faculteit Psychologie, Open Universiteit Heerlen

    Prof. dr. Brechje Dandachi-FitzGerald is bijzonder hoogleraar Psychotherapie aan de Open Universiteit Heerlen en hoofdopleider van de postdoctorale opleiding Psychotherapie bij RINO Zuid Eindhoven. Ze werkt als klinisch psycholoog en psychotherapeut bij Mondriaan in Heerlen. Daarnaast werkt ze bij de Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen van de Universiteit Maastricht. Haar onderzoek richt zich op symptoomvaliditeit in psychologische beoordelingen en de mogelijke negatieve effecten van psychotherapie.

Downloads

Gepubliceerd

08-04-2026

Nummer

Sectie

Onderzoeksartikel

Citeerhulp

Blanken, L., Bol, Y., Merry, A., & Dandachi-FitzGerald, B. (2026). Onderzoek naar de Betrouwbaarheid en Validiteit van de Self-Report Symptom Inventory bij Jongeren. Jeugd in Ontwikkeling , 1. https://doi.org/10.54447/JiO.18363