Vaderafwezigheid en Schoolbetrokkenheid onder Curaçaose en Nederlandse Jongvolwassenen

Auteurs

  • Mariëlle Osinga Basiseenheid Pedagogiek, Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, Nederland
  • Odette J. van Brummen-Girigori Onderzoeksinstituut, Universiteit van Curaçao Dr. Moises Da Costa Gomez, Willemstad, Curaçao
  • Tina Kretschmer Instituut voor Psychologie, Friedrich-Alexander-Universiteit Erlangen-Neurenberg, Erlangen, Duitsland

DOI:

https://doi.org/10.54447/JiO.23647

Trefwoorden:

schoolbetrokkenheid, Cariben, meetinvariantie, structurele vergelijkingsmodellen (SEM), vaderafwezigheid

Samenvatting

Opgroeien zonder een biologische vader in het huishouden (vaderafwezigheid) wordt vaak in verband gebracht met negatieve ontwikkelingsuitkomsten bij kinderen. De meeste bestaande studies richten zich echter op Europa en Noord-Amerika, missen crossculturele vergelijkingen en onderzoeken voornamelijk uitkomsten in de kindertijd of adolescentie. Hierdoor blijft onduidelijk of de correlaten van vaderafwezigheid verschillen tussen landen en of deze effecten doorwerken in de vroege volwassenheid. Deze studie onderzocht de samenhang tussen vaderafwezigheid en schoolbetrokkenheid bij Curaçaose en Nederlandse jongvolwassenen die wonen op Curaçao en in Nederland. In totaal vulden 528 Curaçaose deelnemers (62 % vrouwelijk; M leeftijd = 18.27 jaar, SD = 1.98; range 16–23 jaar) en 636 Nederlandse deelnemers (57 % vrouwelijk; M leeftijd = 17.41 jaar, SD = 1.55; range 16–23 jaar) een digitale vragenlijst in over huishoudsamenstelling en schoolbetrokkenheid, waaronder gedragsmatige en emotionele (on)betrokkenheid, schoolniveau en schoolverzuim. Vanwege een gebrek aan meetinvariantie werden structurele vergelijkingsmodellen afzonderlijk geschat voor de Curaçaose en Nederlandse steekproeven en konden groepsverschillen niet worden onderzocht. De resultaten gaven aan dat opgroeien zonder een biologische vader in het huishouden niet samenhing met schoolbetrokkenheid, schoolniveau of schoolverzuim in beide groepen. De associaties met de kwaliteit van de vader-kindrelatie en de relatie tussen de biologische ouders waren beperkt en inconsistent over de uitkomstmaten en steekproeven. In tegenstelling tot deze bevindingen waren demografische factoren zoals geslacht, leeftijd en sociaaleconomische status (SES) consistenter gerelateerd aan schoolbetrokkenheid. Deze gemengde en inconsistente bevindingen suggereren dat, binnen de huidige steekproeven en methodologische beperkingen, de aanwezigheid of afwezigheid van een biologische vader in het huishouden geen betrouwbare voorspeller is van schooluitkomsten in de vroege volwassenheid. De resultaten benadrukken het belang van het in ogenschouw nemen van bredere demografische en contextuele factoren bij het onderzoeken van schoolbetrokkenheid.

 

Abstract

Growing up without a biological father in the household (i.e., non-residential fatherhood) has often been associated with negative outcomes for offspring. However, most existing studies focus on Europe and North America, lack cross-national comparisons, and primarily examine outcomes during childhood or adolescence. Consequently, it remains unclear whether correlates of non-residential fatherhood differ across countries and whether associations persist into early adulthood. The present study examined associations between non-residential fatherhood and academic engagement among Curaçaoan and Dutch young adults living in Curaçao and the Netherlands. A total of 528 Curaçaoan participants (62 % female; M age = 18.27 years, SD = 1.98, range 16–23) and 636 Dutch participants (57 % female; M age = 17.41 years, SD = 1.55, range 16–23) completed a digital questionnaire assessing household composition and academic engagement, including behavioral and emotional (dis)engagement, educational level, and school absenteeism. Due to measurement variance, structural equation models were estimated separately for the Curaçaoan and Dutch samples, and group differences could not be tested. Results indicated that growing up without a biological father in the household was not associated with academic engagement, educational level, or school absenteeism in either group. Associations with father-child relationship quality and interparental relationship quality were limited and inconsistent across outcomes and samples. In contrast, demographic factors such as sex, age, and socioeconomic status (SES) were more consistently related to academic engagement. These mixed and inconsistent findings suggest that, within the current samples and methodological constraints, the presence or absence of a biological father in the household is not a reliable predictor of academic outcomes in early adulthood. The results highlight the importance of considering broader demographic and contextual factors when examining academic engagement.

 

Bijsluiter voor de Praktijk

  • Onderzoek in Europa en Noord-Amerika laat zien dat opgroeien zonder een biologische vader in het huishouden vaak gepaard gaat met negatieve effecten op het welzijn en de academische ontwikkeling van kinderen en adolescenten.
  • Het is echter nog onvoldoende bekend of vaderafwezigheid ook nadelige gevolgen heeft in contexten waar deze gezinsstructuur relatief vaak voorkomt en meer geaccepteerd is – zoals in veel Caribische landen – en of deze gevolgen ook bij jongvolwassenen zichtbaar zijn.
  • Dit onderzoek laat zien dat vaderafwezigheid, na correctie voor meervoudige toetsen, niet samenhangt met schoolbetrokkenheid, schoolniveau of schoolverzuim bij Nederlandse en Curaçaose jongvolwassenen. Groepsverschillen konden niet worden onderzocht vanwege een gebrek aan meetinvariantie.
  • De rol van gezinsrelaties, zoals de kwaliteit van de vader-kindrelatie en de relatie tussen de biologische ouders, was beperkt en inconsistent over de uitkomstmaten en tussen de landen. Daarentegen vertoonden geslacht en leeftijd meer consistente verbanden met onderwijsuitkomsten, met daarnaast specifieke effecten van sociaaleconomische status (SES).
  • Deze bevindingen suggereren dat professionals (zoals leraren, orthopedagogen en maatschappelijk werkers) de afwezigheid van een biologische vader niet automatisch als problematisch zouden moeten beschouwen. Tegelijkertijd onderstrepen de resultaten het belang van aandacht voor bredere contextuele factoren, zoals individuele kenmerken en sociaaleconomische omstandigheden, bij het ondersteunen van jongeren.

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

31-07-2026

Nummer

Sectie

Onderzoeksartikel

Citeerhulp

Osinga, M., van Brummen-Girigori, O. J., & Kretschmer, T. (2026). Vaderafwezigheid en Schoolbetrokkenheid onder Curaçaose en Nederlandse Jongvolwassenen. Jeugd in Ontwikkeling , 1. https://doi.org/10.54447/JiO.23647